dagboek van de opperrabbijn 15 juni 2026

Dagboek van de opperrabbijn 15 juni 2026

Paniek! Eerst zat er een virus of zoiets in mijn laptop en nadat dit professioneel was verwijderd door mijn trouwe ‘eerste hulp bij storingen, Avi’, heeft mijn mobieltje het begeven. Ik ben dus sinds gisteravond uitsluitend op mijn gewone telefoonnummer bereikbaar of via e-mail of Whatsapp telefonisch en digitaal als ik achter mijn laptop zit. Maar laat ik beginnen u allen een Chodesj Tov, een goede maand, te wensen want vandaag (maandag) en morgen (dus dinsdag) is het Rosj Chodesj. De nieuwe Joodse maand, genaamd Tammoez is begonnen. Op 17 Tammoez beginnen de zogenaamde Drie Weken die overgaan in de Negen Dagen. Maar wat hiermee bedoeld wordt, zal ik zeker naar verwachting in een later dagboek bespreken. Maar het heeft alles te maken met de strijd om Jeruzalem, de vernietiging van zowel de eerste als de tweede Tempel, de ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden en dat momenteel wel erg wordt gevoeld. Maar uiteindelijk: Am Jisraeel Chaj, het Joodse volk leeft en overleeft!

Donderdagochtend was de lewaja van Rob Falk zl. Jarenlang was hij mijn bestuurder, en zette hij zich in voor Joods Nederland. Toen hij nog de beschikking had over veel en eerlijk verdiend geld, kon er altijd een beroep op hem worden gedaan en liet hij op zijn kosten “Zinvol Leven” drukken dat al snel uitverkocht was en nu alleen nog antiquarisch te verkrijgen is. Ik denk dat zijn kinderen, beide zussen en zijn vriendin Jessica tevreden waren met de wijze waarop Rob naar zijn laatste rustplaats werd begeleid. Een door en door goed mens die altijd en voor iedereen klaar stond, mocht ik naar zijn laatste rustplaats begeleiden.

’s Avonds een totaal andere bijeenkomst: een receptie in de residentie van de Duitse ambassadeur ter gelegenheid van de het bezoek van de Bondspresident Frank-Walter Steinmeier en zijn echtgenote. Onze koning en koningin waren ook aanwezig. Het was een prachtige bijeenkomst. Het programma? Een paar toespraken, kort maar bondig, en twee muzikale bijdragen. En verder? Netwerken! Meer en meer besef ik hoe belangrijk contacten zijn, juist nu met het opkomend antisemitisme. Dat Koning Willem-Alexander aan de goede kant zit wanneer het de Joodse gemeenschap betreft, is bekend. Maar in het spontane gesprekje dat ik met Zijne Majesteit mocht hebben werd dat weer eens overduidelijk bevestigd, hoewel het geen bevestiging behoefde. Als zoon van Prinses Beatrix en Prins Claus is dat ook niet zo verwonderlijk. Hun sympathie voor Israël en de Joodse gemeenschap was alom bekend. Toen ik kennelijk langer dan verwacht met Zijne Majesteit sprak en hem een seintje werd gegeven om ook anderen de gelegenheid te geven, gaf de koning aan dat de anderen maar even moesten wachten. Toeval bestaat niet en dat deze week de Sidra Korach centraal staat is dan ook niet verwonderlijk. Korach kwam in opstand tegen het gezag van Moshe en Aharon. Waarom waren zij de leiders? Waarmee zijn zij meer dan de rest van het volk? Ja, alle mensen zijn gelijkwaardig. De hoogleraar is net zoveel mens als de schoonmaakster die op de universiteit de vloer dweilt. Maar gelijkwaardig is niet hetzelfde als gelijk. Een samenleving zonder gezag ontaardt in een samenleving waar iedere vorm van respect afwezig is, waar een eenvoudige politieagent zijn taak niet meer naar behoren kan uitvoeren, waar criminaliteit de wet bepaalt en drugshandel, prostitutie, en bedreiging verworden tot het gewoon. Wij mogen dankbaar zijn dat wij een koning en koningin hebben. Het is niet voor niets dat we iedere sjabbat het gebed voor het koninklijk huis uitspreken en Halagisch verplicht zijn de wet van het land te respecteren.

Zondag was mijn RCE-Brussel-dag. Als lid van het dagelijks bestuur van de RCE, de Rabbinical Center of Europe, helpen wij lokale rabbijnen met Halagische problemen die ze zelf vanwege de complexiteit niet kunnen oplossen. We zijn dus een soort rabbinale vakbond, maar dan wel aanzienlijk minder links dan de Nederlandse vakbonden. De afspraken die ik in Brussel zondag had, was dan ook met (jongere) collega’s die werkzaam zijn in plaatsen waar geen Beth Din is en geen gezag dragend rabbinaat. Een voorbeeld van een niet-alledaagse vraag die mij werd voorgelegd: een psycholoog die inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt wil toetreden tot het Jodendom. Omdat Jodendom het van geen kant aanmoedigt om Joods te worden omdat er niets mis is om niet-Joods te zijn, worden de nodige barricades opgeworpen, testen om te zien of de kandidaat oprecht is met zijn/haar verzoek. De betrokken psycholoog is volgens de jonge rabbijn oprecht en heeft geen bijbedoelingen. Probleem is echter dat hij een niet-Joodse echtgenote heeft die absoluut niet Joods wil worden en dus wonen ze al vele jaren niet meer samen. Maar burgerlijk zijn en blijven ze wel een echtpaar vormen vanwege uitkeringen die ze bij scheiding zullen verliezen… Met andere woorden: van ons wordt gevraagd om mee te gaan in een financieel dubieus handelen. En daaraan gaan we niet meewerken. Jammer voor de psycholoog, maar we moeten ons Halagisch bezien onderwerpen aan de wetten van het land van inwoning.

Het is nu in de late uurtjes van vandaag, maandag. Ik mocht weer aanwezig zijn in het Volkspark te Enschede voor de jaarlijkse herdenking van de Genocide op de Arameeërs die in 1915 plaatsvond. Als vele jaren mag ik daaraan deelnemen en een toespraak houden. Meer dan zeshonderd aanwezigen! Hun verhaal, hun geschiedenis lijkt zoveel op onze Joodse historie. Het zijn christenen die door de eeuwen heen vervolgd werden. Gelijk ik vaak een complimentje krijg dat ik zo goed Nederlands spreek, zo worden zij door de grote onwetende meerderheid van onze samenleving gezien als moslims, terwijl juist de moslims hun bestaan onmogelijk maakten met als dieptepunt de genocide van 1915. Waarbij ik hier meteen een kanttekening plaats: dé moslims bestaan niet. We mogen niet generaliseren! Maar de genocide heeft wel plaatsgevonden door de voorlopers van de huidige Turken, maar natuurlijk niet door alle stromingen binnen de Islam! Ik begon mijn toespraak met het benadrukken dat ik niet open met “geachte aanwezigen”, maar met “Broeders en Zusters”. Applaus volgde! Meer dan andere jaren voelde ik de verbondenheid. Hun genocide wordt nog steeds ontkend. Zeventig procent werd vermoord. Het waren de ouders van de aanwezige ouderen en de groot- en overgrootouders van de jongeren. Het gebeuren heeft zich meer dan honderd jaar geleden afgespeeld. Er is dus geen sprake meer van verse wonden. Maar het ontkennen is als een gapende open wond. En daarom voelde ik me dit jaar nog meer verbonden. Niet omdat de verhalen van vervolging nagenoeg identiek zijn aan onze verhalen uit de jaren ’40-’45, maar vanwege de ontkenning. Auschwitz zou niet hebben bestaan en het aantal vergaste en vermoorde Joden zou ‘slechts’ een paar honderdduizend bedragen, geen zes miljoen. Ik voelde me zo thuis tussen mijn “broeders en zusters”. De voordracht van de achterkleindochter die het leven van haar overgrootvader beschreef, was bijna identiek aan de geschiedenis van mijn ouders en grootouders (in Nederland) en de ouders en grootouders van mijn Blouma in de Sovjet-Unie…

Broeders en zusters: G’d zegene jullie!

 

Uploaded Image

Reacties