Dagboek van de Opperrabbijn 20 mei 2026
Hoewel ik na mijn 5½ uur nachtrust (nadat ik gistermiddag wel een flinke uil had geknapt) prima uitgeslapen ben, word ik toch met gemengde gevoelens wakker. Het spookbeeld ‘burgemeester in oorlogstijd’ gonst door mijn hoofd. Trouwe lezer van mijn dagboek, ik excuseer me op voorhand dat dit dagboek geen echt dagboek gaat worden. Terwijl ik nog helemaal niet weet wat er uit mijn digitale pen gaat vloeien, zie deze compositie als een therapeutisch “van-me-af-schrijven”, misschien wel een noodkreet, een en al bezorgdheid. Maar ik weet bijna zeker dat de laatste regel positief zal zijn, want zo zit ik in elkaar. Ik herinner me dat ik bij de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden in Elburg (3 mei 1985) aan de toenmalige burgemeester vroeg waarom ik recentelijk, veertig jaar na de oorlog, zo vaak word opgetrommeld om monumenten te onthullen ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden. Waarom nu pas? Ik herinner me heel goed zijn antwoord: “Mijn oudere col...








