dagboek van de opperrabbijn, 6 sept. 2026
Dagboek van de Opperrabbijn, 6 sept. 2026 We zijn een sjabbat langer in Israël gebleven dan de bedoeling was. De reden was een uitnodiging om sjabbat, gisteren dus, in de Chabad sjoel in Rechavja te komen spreken op de laatste sjabbat voor Rosj Hasjana om in te vallen voor een zieke, die B”H inmiddels weer helemaal gezond is verklaard. Maar omdat ik speciaal was gebleven en royaal was aangekondigd, bleef ik wel de klos. Maar voor het (ik bedoel die klos) zover was, hebben Blouma en ik vrijdag mincha gedawend, het middaggebed uitgesproken, bij de Kotel om voor het avondgebed te gast te zijn bij een achternicht van Blouma die met man en kinderen op loop- en klimafstand op slechts een kwartier van ons hotel woonden. De man van de achternicht was het hoofd (of zoiets) van Joods Begrafeniswezen, maar dan niet in Amsterdam maar in Jeruzalem. Maar zijn werkveld beperkt zich niet alleen tot Jeruzalem, maar op vrijwillige basis, onbezoldigd dus, is ...









