Dagboek van de opperrabbijn 4 juni 2026

“In een tijd waarin discriminatie en antisemitisme toenemen wensen wij u en uw gezin veel sterkte. Weet u door ons gesteund! Raad van Kerken Amersfoort.”

Voorzien van een prachtige bos bloemen bereikte mij deze wens. Ik zat me juist af te vragen of ik wel of niet in de put moest gaan zitten, toen er aangebeld werd en de bloemen hun opwachting maakten in onze woonkamer. Het zijn vaak de kleine gebaren (en de grote bossen bloemen) die zoveel kunnen betekenen.

 

Woensdag gaf ik een ‘buurt-lezing’. Waarom ik die lezing in de Beethovenbuurt te Amsterdam gaf herinner ik me niet meer en ook wie me hiertoe had uitgenodigd ben ik vergeten. Het aantal deelnemers zou slechts minimaal zijn. Maar dat viel mee (of tegen) want het was meer dan volle bak. Ik schat zo’n vijftig à zestig! Ik heb letterlijk anderhalf uur non-stop mijn verhaal gedaan en ik had nog gerust een anderhalf uur verder kunnen gaan, maar dat ging hem niet worden want om 19:00 uur moest ik in Hilversum zijn. Regelmatig hoor ik de stelling dat een toespraak niet langer dan twintig minuten mag duren omdat anders bij de deelnemers slaap-verschijnselen optreden, maar ik trek die wijsheid in twijfel, want toen ik uitgesproken was waren alle aanwezigen nog volledig aanwezig, niemand snurkte, hoestte of sliep. Maar wat is het nut van die anderhalf uur Jacobs, vraagt u zich wellicht af. Het antwoord ligt besloten in het begin van de Sidra van aanstaande sjabbat. Aharon de Hoge Priester krijgt de opdracht om de Menora in de Tempel van Jeruzalem te ontsteken (Numeri 8: 1-2) opdat de zeven lampen licht zullen verspreiden. Het verspreiden van licht, dat is de opdracht aan de Hoge Priester. Maar wat heeft dat met mij en met u, geachte lezer, te maken?

Even tussendoor een religieus lesje: ieder woord in de Thora, iedere opdracht, ieder ge- en verbod heeft eeuwigheidswaarde en geldt voor iedereen. Maar, zo hoor ik u vragen, ik ben toch geen Aharon de Hoge Priester, of ik ben een vrouw en geen man, of ik ben geen koning die een andere levensopdracht heeft dan een eenvoudige burger en zo kunnen we nog vele vragen stellen. En hoe kunnen we dan zeggen dat ieder woord voor ieder betekenis heeft? Het antwoord: het moge dan zo zijn dat ik geen Hoge Priester ben, in de letterlijke zin van het woord, maar figuurlijk dient ieder mens wel degelijk zich dienend op te stellen en hebben we allen de opdracht om licht te verspreiden, zeker als er om ons heen zoveel duisternis heerst. Die bos bloemen bracht voor mij op dat moment, in mijn duisternis, licht. En daarom probeer ik waar ik me ook bevind licht te brengen. En dus ben ik dankbaar dat ik in de Irenestraat vlak bij de Beethovenstraat, vlak bij het Montessori Lyceum waar ik mijn gymnasiumdiploma mocht behalen, licht mocht brengen door te vertellen over Jodendom, indirect in de strijd tegen de weelderig bloeiende Jodenhaat die in mijn schooltijd zeker in de Beethovenbuurt niet aanwezig was, althans niet zichtbaar.

 

Woensdagavond, we deden of het donderdagavond was want het moest lijken op een live-uitzending, werd ik in de studio van de EO verwacht voor een tv-opname die zou worden uitgezonden op NPO2 onder de titel De Joodse Wereld.  Ik ga hierover weinig schrijven want u kunt gewoon even kijken via deze link: https://npo.nl/start/afspelen/de-joodse-wereld_11. Ik zou het waarderen als u mij schrijft hoe u de uitzending vond en dan natuurlijk mijn optreden. Was ik te gematigd of te scherp?

 

En toen was het de volgende dag. Een afwisselende agenda. De ochtend stond in het teken van e-mails beantwoorden of deleten.  Hoewel, deleten? Het is vaak lastig om ellenlange vragen te beantwoorden of een e-mail te lezen die maar geen eind schijnt te krijgen of dusdanig verward overkomt dat er geen staart (ook geen Joodse) aan valt vast te knopen. En toch probeer ik zoveel mogelijk te beantwoorden of op z’n minst te reageren, want als ik iets onzinnig vind, betekent het niet dat het onzinnig is. Ik herinner mij een jongeman die, laat ik me netjes uitdrukken, niet erg intelligent was. Hij vroeg de Lubavitcher Rebbe wat voor cadeau hij zijn zusje moest geven voor haar verjaardag. Ik heb het antwoord gezien. In een uitgebreid schrijven heeft de Rebbe omstandig uitgelegd wat hij voor haar moest kopen! De vraag was onzinnig en het antwoord overbodig, in mijn optiek. Maar voor de vraagsteller die niet over een hoog IQ beschikte, was de vraag een realistisch en belangrijk probleem. En dus heeft de Rebbe van zijn kostbare tijd genomen om een passend antwoord te geven en probeer ik iedere e-mail te beantwoorden, ook als ik er geen touw aan kan vastknopen!

 

In Utrecht was een indrukwekkende bijeenkomst. Twee tragedies, een oude en een recente, kwamen bijeen. Achter de sjoel van de Joodse Gemeente Utrecht, op terrein van de Joodse Gemeente, staat een bouwval. Eens was dit het leslokaal van de Joodse Gemeente en in de oorlog werd hier zelfs nog in het diepste geheim een sjoeldienst gehouden. Ter nagedachtenis aan Omer Moshe en Omer wordt nu onder de voortvarende leiding van Rachel Levy, bestuurder van de Joodse Gemeente, gepoogd om deze ruïne een bestemming te geven, een studentenhuis dat ruimte gaat bieden aan hen die de toekomst van Joods Nederland zullen moeten bepalen. Maar wie zijn/waren Omer Moshe en Omer? Twee IDF-soldaten die recentelijk sneuvelden. Jonge mannen, wier toekomst bruut werd afgebroken in een oorlog waarom Israël niet had gevraagd, maar die gevoerd moest en moet worden om te voorkomen dat Israël van de kaart wordt geveegd. Maar niet alleen Israël, want de vijand richt zijn peilen op Joden, waar ook ter wereld, de vijand zoekt de Endlösung, en zoekt herhaling van wat toen uiteindelijk niet is gelukt, maar diepe wonden heeft nagelaten. Jozef (Jo) van Gelder was de rabbijn van Utrecht gedurende en na de oorlog. Hij was de oom van rabbijn Ies Vorst zl., de broer van zijn moeder die in de oorlog was omgekomen. Het studentenhuis wordt vernoemd naar Omer Moshe en Omer, beiden directe nazaten van rabbijn van Gelder. Een monument ter nagedachtenis is mooi, belangrijk. Maar dit studentenhuis in Utrecht wordt veel meer dan een monument, het wordt een voortzetting van waarvoor zij sneuvelden, de overleving van de Staat Israël, de voortzetting ook van Jodendom in Nederland. In aanwezigheid van de vitale hoogbejaarde zoon van rabbijn van Gelder, speciaal met echtgenote en kinderen overgekomen uit Israël, in aanwezigheid van de Nederlandse Vorst-familie en van leden van de Joodse Gemeente Utrecht, werd op bijzonder indrukwekkende wijze een begin gemaakt met de herbouw van de Joodse school en werd het nieuwe studentenhuis gekoppeld aan rabbijn Jo van Gelder en aan Omer Moshe en Omer, zijn achterkleinkinderen.

 

Ik besloot de dag met een solidariteitswandeling in Zwolle. Iedere eerste donderdag van de maand wordt er (ook) in Zwolle van het stadhuis naar de sjoel gelopen. Zonder vlaggen, zonder posters, zonder geschreeuw. Een stille zichtbare wandeling met gebed, stilte, respect. Vóór vrede en tégen antisemitisme. Aangekomen bij de sjoel openden zich onverwacht en onaangekondigd de sjoeldeuren en bood Ingrid Petiet, voorzitter van de Joodse Gemeente Zwolle, alle deelnemers bescherming tegen de net beginnende plensbui. Ik mocht de stille lopers toespreken over het licht dat zij brengen in de duisternis van het groeiende antisemitisme. Zij bemoedigen ons en het doel van mijn meelopen was om ook hen namens de Joodse gemeenschap te bemoedigen en te danken voor hun maandelijkse solidariteitswandeling.

 

Uploaded Image Uploaded Image

Reacties

Populaire posts