Dagboek van de Opperrabbijn 24 mei 2026

We waren Sjawoe’ot, het Wekenfeest, in Londen (niet te veel aan een feest denken. Weken’feest’ heet ook alleen in het Nederlands ‘feest’, maar dat leg ik nog wel een keertje uit, want een feest is niet echt een feest.). We waren dus eerst in de Joodse wijk Stamford Hill en daarna in Golders Green, recentelijk helaas bekend van die aanslagen. De vier ambulances die kennelijk vernietigd moesten worden om de mensen in Gaza te helpen, werden onder andere door onze zoon, vrijwilliger bij Hatzola, gereden. Hatzola is een soort eerste hulp bij ongelukken die voor iedereen, ongeacht geloof, geaardheid of afkomst letterlijk 24/7 klaarstaat. Gezien de geweldige support uit de wijk en met overheidssteun werd de hulp waarvoor ze staan, niet gestagneerd, zelfs niet tijdelijk. Vier nieuwe ambulances zijn al in de maak en voor een jaar heeft London Ambulance Service vier splinternieuwe nog niet eerder gebruikte ambulances gratis voor een jaar ter beschikking gesteld.

In Stamford Hill, de Joodse wijk, waar we de twee Jom Tov dagen verbleven, was duidelijk meer beveiliging aanwezig. Ik merkte bij mezelf dat ik wel extra alert ben geweest. Steeds omkijken, iedere niet-jood die er afwijkend uitzag toch extra in de gaten houden. Een paar keer de straat overgestoken, terwijl ik niet aan de overkant moest zijn.

Als mijn herinnering me niet te veel in de steek laat, ben ik vijftien jaar geleden begonnen te waarschuwen tegen het, toen nog opkomend, antisemitisme. Dat vond niet iedereen even leuk, want een rabbijn moet vooral een positieve boodschap brengen, mensen bemoedigen en na een rabbinale toespraak moet de goegemeente opgewekt en geïnspireerd huiswaarts keren. Nou heb ik niet in iedere toespraak mijn zorg kenbaar gemaakt en ik herinner me niet ooit mijn hele droosje aan Jodenhaat te hebben gewijd, maar ik kan de kritiek zeker plaatsen. Sterker nog, ik vraag me af of al mijn gewaarschuw enig nut heeft gehad en moet ik daarom beter vanaf nu over polarisatie, antisemitisme en antizionisme zwijgen?  Schoenmaker, blijf bij je leest en rabbijn, bemoei je niet met politiek.

Op Sjavoe’ot ontving het Joodse volk bij de berg Sinai de Tien Geboden of beter vertaald: de Tien Woorden. Want het moge dan zo zijn dat in het Nederlands wordt gesproken over de Tien Geboden, de juiste vertaling luidt niet Geboden, maar Woorden. Vertalingen geven niet altijd precies weer wat er staat, want vertalen is verklaren. Enfin, 3300 jaar geleden stonden onze voorouders dus bij de berg Sinai en kregen de Tien Woorden aangereikt, de basis van het Jodendom. In de Joodse filosofie wordt benadrukt dat de Joden op ieder van die tien basisprincipes unaniem instemmend positief hebben gereageerd, maar ten aanzien van hoe precies hun reactie was, hoe ze hun instemming hebben verwoord, is er een discussie tussen rabbi Shmuel en rabbi Akiva. Rabbi Shmuel geeft aan dat ze op de geboden reageerden met een instemmend ‘ja, we zullen het doen’, en op de verboden zeiden ze ‘nee, we zullen U volgen en de overtreding niet begaan’. Rabbi Aviva daarentegen is van mening dat zowel op de ge- als op de verboden eenzelfde reactie werd gegeven: ‘ja, we stemmen in met het ge- en verbod’.

Wat is hun discussie?  Waarom maakt rabbi Akiva geen verschil tussen ge- en verboden, en waarom maakt rabbi Shmuel dat onderscheid wel?

Plotseling komt tante Beppie zl. in mijn gedachten. Zij woonde bij ons in de buurt en zij en Gerhard haar man kwamen vaak bij ons e n gingen zeker eens per maand met onze kleintjes naar de Dierentuin. Ik ben altijd erg terughoudend geweest om overlevenden van de oorlog met onze kinderen te confronteren. Op mijn bureau stonden nooit foto’s. Velen van hen hadden immers ook kinderen ‘gehad’… Beppie had echter nooit een kind kunnen baren, ze was in de experimentenbarak geweest van Auschwitz. Maar Beppie wilde juist met mijn kinderen optrekken, ze genoot ervan. Ze was ook altijd opgewekt, tevreden en dankbaar. Was Beppie vroom? Als ik hiermee bedoel Joods praktiserend, dan denk ik het niet. Maar als ik met vroom echt vroom bedoel…

Terug naar de discussie tussen Rabbi Akiwa en Rabbi Shmuel: Rabbi Akiwa ziet dat ook het negatieve, zelfs het summum van kwaad, van Boven komt en als daarmee wordt omgegaan, zoals een Beppie en zoveel andere overlevenden dat hebben gedaan, dan is dat minstens net zo positief als het naleven van de geboden, want ge- en verboden zijn bij de Eeuwige, van Boven naar beneden bezien, minstens gelijkwaardig.

Rabbi Shmuel beseft echter dat wij ons beneden bevinden, in een materialistische wereld en dat we daarom weliswaar kommer en kwel dienen te aanvaarden, maar dat we alles in het werk moeten stellen om het kwaad te verdrijven, ‘Aanvaarden, ja. Accepteren, neen.’

Mijn gevecht tegen antisemitisme-antizionisme zet weinig zoden aan de dijk, maar toch blijf ik strijden, ook als sommigen dat niet leuk vinden, en zelfs een enkeling daarom meent die ene keer per jaar dat hij naar sjoel kwam, nu niet meer te komen. De reden van mijn volharding?  Ik bevind me beneden op deze politieke aardbol en daar is geen plaats voor polariserende en demoniserende Jodenhaat.

We varen morgen terug. Ik vermoed dat ik me in Nederland veiliger voel, maar of dat inderdaad zo is, kan ik niet zeggen. De vraag uit Joodse en uit niet-Joodse hoek luidt steeds vaker waarom we in Nederland blijven wonen. Mijn rationele antwoord is en blijft dat ik me niet laat verdrijven. Wij, de families Jacobs, de Leeuw, Sander en  Elkus, wonen hier al eeuwen en zullen vooralsnog, zolang de Mosjach nog onderweg is maar nog niet aangekomen, hier blijven. Ik ben allergisch voor chantage, zeker ook als het ‘slechts’ psychologische intimidatie is.

Am Jisraeel Chaj, we leven en overleven, zelfs in Nederland.

 

 

 

Uploaded Image Uploaded Image Uploaded Image

Reacties

Populaire posts