dagboek van de opperrabbijn 12 febr. 2026

Jaren geleden, naar ik me herinner, zocht een van de kehillot, Joodse Gemeenten, een chazan, voorzanger. Er meldde zich een geschikte kandidaat, een Israeli die in Wageningen studeerde en er geen moeite mee had om iets bij te verdienen. Hij was bijna aangenomen toen de vergoeding ter sprake kwam. De penningmeester van de Gemeente legde hem uit dat er aan de parttime aanstelling geen betaling was gekoppeld want het voorgaan in de dienst is een mitswa, een goede daad. Waarop de jongeman heel ad rem antwoordde: als ik met die mitswa mijn boodschappen bij de kruidenier kan betalen, ben ik akkoord. Of de student uiteindelijk wel of niet de voorzanger is geworden had mijn geheugen niet opgeslagen.

Een leraar in Joodse vakken mag Halagisch bezien, dus volgens de Joodse wet, eigenlijk niet betaald worden, Thora is ons niet gegeven om er een business van te maken. Wel mag hij vergoeding ontvangen voor de uren die hij heeft besteed omdat hij in die tijd iets anders had kunnen doen. Ik hoor uw wenkbrauwen fronsen. Een leuke slimme escape! Klopt wel en klopt niet. Feitelijk maakt het natuurlijk weinig uit of ik betaald word voor uren Joodse les of dat ik betaald word voor de uren dat ik een normaal vak had kunnen uitoefenen. En toch is er een verschil: wat is mijn opstelling? Zie ik, om het meteen maar op mezelf van toepassing te laten zijn, mijn baantje als business of ben ik dankbaar dat ik ten dienste mag staan van de Joodse gemeenschap en ben ik ingenomen dat ze me ook nog onderhouden. Zo zou een rabbijn erin moeten staan, maar niet de penningmeester. Het is zijn opdracht om zijn voorzanger, zijn leraar of zijn rabbijn een goed gevoel te geven zodat hij met vreugde en onbezorgd zich zal inzetten en zich niet hoeft te voelen als een bedelaar.

Waarom vermeld ik dat nu, vraagt u zich ongetwijfeld af. Solliciteert Jacobs voor loonsverhoging? Mis! Mijn grote vriend Benoit Wesly, de hotelmagnaat, de koning van Maastricht, heeft afscheid genomen als honorair-consul van Israel in Nederland. Hij is vele jaren mijn bestuurder geweest en nog een veel langere periode mijn adviseur. Nog nooit heb ik het gevoel gehad dat zijn inkomen ‘iets hoger’ was dan het mijne. Nog nooit heb ik tevergeefs een beroep op hem gedaan als er geld nodig was voor een of ander project. Dag en nacht stond hij klaar als er geholpen moest worden, fysiek of geestelijk. Mijns inziens heeft hij te vroeg afscheid genomen van het honorair-consul-schap. Hij moge dan tachtig zijn geworden, bejaard is hij absoluut niet. Voor mij had dus de vlag van Israel nog vele jaren mogen wapperen, Achter de Comedie, in het hartje van Maastricht.

Speciaal in deze tijd van sterk toegenomen antisemitisme vond ik de vlag van Israel (vond ik en niet vind ik, want de vlag is inmiddels gestreken) een duidelijk teken van niet toegeven aan bedreigingen, trots en fier ons Jodendom beleven en tonen. En ondertussen is het protesteren tegen Israel niet minder geworden nu de rust in Gaza lijkt te zijn teruggekomen. Maar zelfs als dat niet het geval zou zijn. Protesteren tegen Israel, ja. Maar tegen duidelijke discriminatie en vervolgingen elders in de wereld, bijna taal noch teken. Aan de Olympische Spelen nemen 192 deelnemers deel uit landen waar de vervolging van christenen tot het normaal behoort: Eritrea, Nigeria, Pakistan, Iran, India, Saoedi-Arabiƫ, China, Marokko, Oezbekistan, Mexico, Kirgiziƫ, Turkije, Kazachstan en Colombia. Waar zijn onze vrienden die zich ernstige zorgen maken over de niet-bestaande christen- of moslimvervolgingen in Israel. Aan het Eurovisiesongfestival mag Israel niet meedoen, maar over de veertien landen die aantoonbaar christenen vervolgen en toch gewoon deelnemen aan de Olympische Spelen, taal nog teken.

En toch ben ik van mening dat we ze juist niet moeten uitsluiten, laten we de verbinding zoeken middels sport, middels muziek, middels gesprek. Zoals Wesly zo duidelijk verwoordde bij zijn afscheid: we moeten kijken naar wat we gemeen hebben, niet naar wat ons scheidt.

Vanmiddag even op ziekenbezoek geweest in een ziekenhuis en gisteren heeft Blouma (afdeling teksten van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat) haar hoofd gebogen over een tekst op een Joods-monument ter nagedachtenis aan Joodse inwoners van Valkenburg die niet waren ‘teruggekomen’. Behalve dat de lijst niet helemaal klopte, want er was ook iemand op beland die wel had overleefd en twee die niet waren ‘teruggekeerd’, zoals we dat altijd zo steriel zeggen, stonden niet vermeld. Maar dat was het probleem niet zozeer. Iemand stuurde ons een foto van dit inmiddels bejaarde monument en vroeg ons de vertaling van de Hebreeuwse tekst. Op zichzelf was dat niet zo ingewikkeld, maar het aantal taalfouten in de korte Hebreeuwse tekst was schrijnend en Blouma ervoer dat als een teken van ongepaste onzorgvuldigheid, zelfs als er nooit iemand zal langslopen die de tekst uit de Profeten (Jirmiejahoe) zou kunnen ontcijferen.

Hoe anders was mijn gevoel toen ik zojuist was ‘teruggekeerd’ van de wekelijkse Amersfoortse pro-Israel wandeling (zie foto van fotograaf  Willem Jan de Bruin) waar ik nu voor de derde keer aan deelnam. Geen leuzen, geen beledigingen, uitsluitend stilte die werd doorbroken door de psalmen die al wandelend werden gezegd. Een grote opkomst. We hebben dus vele echte goede vrienden die niet met ons aan de wandel gaan, maar voor ons! Het Amersfoortse initiatief is door verschillende plaatsen overgenomen. In Buren, Utrecht en Groningen wordt er al gewandeld, in Zwolle, Dordrecht en Rotterdam zijn de wandelingen in de maak en op 5 maart gaat de wekelijkse solidariteitswandeling in Elburg van start en ben ik gevraagd om die eerste wandeling mee te lopen. Best leuk om naast mijn twee-keer-per-week-dagboek, drie-keer-per-maand-NIW-column, nu misschien ook zoiets te hebben als een een-keer-per-week-wandeling, en dan telkens ergens anders.

 

 

 

 

Reacties

Populaire posts