Dagboek van de opperrabbijn 11 maart 2026
Eergisteren was een vari?teitsdag. Om negen uur vertrokken naar Epe voor de herdenking van het tragische overlijden van Ds. Henk Vreekamp tien jaar geleden. Maar liefst tweehonderdtachtig theologen, familieleden en vrienden van Vreekamp vulden de Grote Kerk. Vreekamp was de grote Isra?l-kenner en bouwde een bijna onverwoestbare brug tussen christenen en Joden. Mij was verzocht om een van de sprekers te zijn en mijn band met Vreekamp in een toespraak/lezinkje van twintig minuten te delen met de aanwezigen. Normaliter zou ik dan een paar uur achter de computer moeten plaatsnemen om die twintig minuten aan het papier toe te vertrouwen. Helaas lukt me dat niet meer, misschien vanwege ouderdom of gewoon door gebrek aan tijd. Maar wat de oorzaak ook moge zijn, heb ik een manier van toespraken-voorbereiden ontwikkeld die qua tijd voordelig is, maar wel een beetje (onnodige) spanning geeft. Hoe ga ik te werk? Allereerst wordt ieder verzoek om voor iets of iemand een toespraak te houden serieus overwogen met de vraag: ben ik in staat om een zinnig woord te uiten over het voorgestelde onderwerp of de persoon die moet worden toegesproken. Als ik die vraag dan vrij snel voor mezelf heb beantwoord probeer ik erachter te komen wat de globale inhoud van mijn lezing of toespraak zou moeten zijn. Die globale inhoud of boodschap schrijf ik dan in mijn agenda middels drie of vier woorden. En dan sta ik, met die drie of vier woorden in mijn gedachten, voor de microfoon en begin mijn bijna spontane toespraak. En omdat een rabbijn, anders dan een radio, niet uitgezet kan worden en ik me volledig op mijn toespraak/lezing inhoudelijk concentreer en dus gevoel voor de klok kwijt ben, zorg ik er altijd voor dat er een wekker in de zaal zit op de eerste rij die een paar minuten voor het nog onbepaalde einde van mijn toespraak een seintje geeft, zodat ik aan de afronding kan beginnen. Heb ik Henk Vreekamp goed gekend? Goed niet, maar wel gekend. Over zijn leven, zo zag ik in het programma, zou voldoende worden gesproken en dus koos ik ervoor om niet zozeer over de persoon Ds. Henk Vreekamp zl. te spreken, maar over mezelf. Wat was zijn invloed op mijn leven? En dus heb ik, binnen de twintig minuten die mij waren gegeven, de positie van Vreekamp beschreven ten opzichte van de Joodse gemeenschap. Verbinden zonder het in Joodse kringen bekende ‘sjmaddertje onder het gras’. Voor mijn niet-Joodse dagboekeniers: sjmadden betekent bekeren. Wat dan de betekenis is van dat beruchte ‘sjmaddertje onder het gras’ mag u zelf uitdokteren. De twintig minuten kwamen luid en duidelijk over. Vreekamp was een bruggenbouwer die de kloof tussen Joden en christenen voor een zeer groot percentage heeft weten te overbruggen. Ik voelde me meer dan welkom en bijna thuis in Epe bij de vrienden van Vreekamp, onze vrienden.
En toen voor de afwisseling en om saaiheid te voorkomen: Schiphol. Hoewel de rabbijnen conferentie al om 13:00 uur was begonnen, kwam ik pas om 19:00 uur aan in Berlijn vanwege Epe. Honderdvijftig Europese rabbijnen waren bijeengekomen om te spreken over kasjroet. Hoewel de drie organisatoren, die in Jeruzalem woonachtig zijn, er alle drie waren, was de grote afwezige de Opperrabbijn van Isra?l. Hij had zeker willen komen maar ‘het luchtruim van het Midden-Oosten’ ontnam hem de mogelijkheid. Of ik hem nu wel of niet verving of dat mij als Binyomin Jacobs twee plaatsen op de sprekerslijst waren toebedeeld was mij niet duidelijk. Dat ik bij het galadiner moest spreken was mij bijtijds medegedeeld, maar dat ik ook in de Bundestage namens het bestuur van de RCE (Rabbinical Center of Europe) tien minuten aan het woord zou komen, was nieuw voor mij. Nog net voor de vergadering had ik een verbale ontmoeting met de RCE-conferentie-Berlijn organisatoren die mij lieten weten dat ik vooraan zal zitten. Over wel of geen toespraak werd niets vermeld en dus keek ik naar de maandagochtend uit, gewoon achteroverleunend, om aan de conferentie deel te nemen als toehoorder en anderen te horen spreken. Uiteindelijk heb ik dinsdagmiddag in de Bundestag gesproken, totaal onvoorbereid, en ’s avonds bij het Galadiner ook nog eens. Mijn boodschap was duidelijk: de Europese rabbijnen hebben de opdracht ervoor te zorgen dat het Europese Jodendom groeit en op z’n minst behouden blijft, ondanks het opkomend antisemitisme. Aan chantage, ook psychische, mag niet en nooit worden toegegeven. Alertheid, ja. Angst, niet en nooit. En natuurlijk mag ieder mens, ook iedere Jood, zelf beslissen om vrijwillig te verhuizen. Mijn ouders zaten in de jaren ’40-’45 gevangen, alle grenzen zaten voor hen op slot, geen kant konden ze op. Nu bestaat er een Staat Isra?l…
De conferentie ging over kasjroet, maar niet over het gewone dagelijkse, maar over de huidige complexiteit, speciaal in fabrieken. Vruchtensappen waaraan ongeoorloofd druivensap is toegevoegd, aroma’s van onbekende samenstelling en niet te vergeten de kleurstoffen. Koelkasten die een alarm laten horen als de deur te lang open staat. Is het toegestaan om de deur te sluiten? Maar, naast de studiesessies, de leerzame panels, waren er wandelgangen. En juist in die wandelgangen vinden de kennismakingen plaats, worden de visitekaartjes uitgewisseld en de rabbinale banden gelegd of verstevigd.
Bij het Galadiner waren zestien Europese ambassadeurs aanwezig. Iedere ambassadeur zat aan de tafel met zijn of haar vlag en met de rabbijnen uit zijn of haar land. En zo heb ik kennisgemaakt met de Nederlandse ambassadeur in Duitsland, mevr. Hester Somsen, die tot voor kort de deputy-plaatsvervanger was van de recentelijk gepensioneerde Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Pieter-Jaap Aalbersberg. En gezien Aalbersberg een meer dan goede kennis van mij is uit inmiddels lang vervlogen tijden, hadden de ambassadeur en ik meteen een onverwachte band die hopelijk voor de toekomst vruchten zal afwerpen.
De conferentie is, nu ik de laatste regels van dit dagboek aan het schrijven ben, een kwartier geleden gesloten. Alle rabbijnen gaan terug naar hun eigen rabbinaat, terug vaak naar de rabbinale eenzaamheid, omringd door hun Joodse gemeenschap. Berlijn heeft laten zien en horen, door de Berlijnse burgemeester, dat vanuit een onbeschrijfelijke duisternis ook een groot licht kan ontstaan. Yudi Teichtel, de opperrabbijn van Berlijn, heeft een gigantisch gebouw neergezet, een bloeiende Joodse gemeenschap, vanuit zijn eigen gedrevenheid en met de onontbeerlijke steun van de lokale autoriteiten, waaronder zijn vriend de burgemeester van Berlijn. Ik ben trots op opperrabbijn Teichtel wiens schoonmoeder de volle nicht is van mijn Blouma.
Reacties
Een reactie posten