dagboek van de opperrabbijn 8 maart 2026
De dag na Poerim heb ik rustig aan gedaan, dat wil zeggen bijgekomen van de Poerim party’s, heb ik e-mails beantwoord, bedankt aan allen die ons hadden bedacht om de mitswa van misjloach manot mee te vervullen, me verbaasd dat sommigen ons dit jaar hadden vergeten, telefoontjes gepleegd en… bijna 24/7 het nieuws in en rondom Isra?l gevolgd. Ik weet dat mijn nieuws-volgen weinig zinvol is, maar het houdt me desondanks voortdurend bezig. Maar ook als ik persoonlijk me er niet echt mee bezig zou willen houden, kan ik toch echt niet om die oorlog heen omdat de media Isra?l tot hoofdonderwerp hebben gemaakt en al het andere nieuws er slechts als een verpakking omheen zit.
Terwijl ik dit dagboek schrijf telt onze vredige aarde zo’n honderdtachtig brandhaarden. Dat duizenden en duizenden zwarte medemensen op dit moment in Afrika worden afgeslacht, verkracht en verminkt interesseert niemand… Waarover we ons wel regelmatig opwinden is over Zwarte Piet. Nog nooit ik heb bij het lachen om de stoute Zwarte Piet gedacht aan de onderdrukking van zwarte medemensen. Sterker nog, als tiener liet ik me begin december jarenlang schminken en was ik samen met Lexje, mijn vriendje van toentertijd, op de Anne Frankschool in de Niersstraat te Amsterdam de offici?le school-zwarte-piet. Overigens vind ik het bijna onbegrijpelijk dat niemand zich opwindt over Sinterklaas die zich zichtbaar schuldig maakt aan dierenmishandeling omdat hij al eeuwen op dat witte schimmel blijft zitten, zelfs op gevaarlijk hoge daken. Niemand die het opneemt voor dat witte schimmel en de witte schimmel-misbruiker aanpakt!
Maimonides leert ons: “Zoals iemand de opdracht heeft zijn vader te eren en hem met ontzag te behandelen, zo is hij ook verplicht zijn leraar te eren en hem met ontzag te behandelen.” Zoiets heet respect. Helaas is dat gewone reguliere ouderwetse respect nog nauwelijks aanwezig, zelfs niet na de taalzuivering van Zwarte Piet. Waarom ik dit plotseling te berde breng? Toen ik gisteren weer eens door een stelletje snotaapjes werd nageroepen belde ik meteen de wijkagent in de hoop dat hij in de buurt zou zijn en we de koe bij de horens zouden kunnen vatten en er een gesprek zou kunnen ontstaan tussen de Free-Palestine-snotaapjes en mij, met oom agent als gespreksleider. (Overigens al schrijvende vraag ik me af of onze taal niet ook gezuiverd moet worden van ‘de koe bij de horens vatten’, hetgeen geen diervriendelijke uitdrukking is.) en toen liep het mis! Op mijn mobieltje stonden twee telefoonnummers onder de kop ‘wijkagent’. De eerste nam niet op, maar de tweede wel, en die bleek een voormalige wijkagent te zijn die inmiddels elders in de politiewereld een baan had gekregen. Maar toen me dat duidelijk werd was het kwaad al geschied. ‘Mijnheer de agent, zojuist ben ik nageroepen door drie snotaapjes met free Palestine. Ziet u mogelijkheid om meteen te komen, als u toevallig in de buurt bent. Ik wil met ze spreken…’ De voormalige oom-wijkagent gaf me vermanend te kennen dat doordat ik die pro-Palestine knaapjes snotaapjes noemde er sprake was van discriminatie. Thuisgekomen ben ik meteen in het Woordenboek der Nederlandse taal gedoken, op Wikipedia gaan zoeken, vrienden en bekenden gaan bellen, maar snotaapjes werd nergens gekoppeld aan discriminatie. Voor mijn gevoel bestaan er zwarte, witte en zeker ook Joodse snotaapjes. Ik voelde me dus door oom agent absoluut niet gesteund en weer was mijn bruggen bouwende bedoeling mislukt. Op sjabbat kwam de echte oom wijkagent langs omdat hij had gezien dat ik hem vrijdag had gebeld, en ook hij zag geen discriminatie in mijn snotaapjes. Overigens om ieder misverstand te voorkomen: niets dan lof over de politie die dagelijks over mijn welzijn waakt. Hulde en dank! En ook mijn medeleven en mentale steun die jullie, oom en tante agent, helaas ook nodig hebben als ik zie, hoor en lees hoe respectloos jullie vaak worden bejegend.
Donderdagavond de eerste pro-Isra?l wandeling in Elburg. Een onverwacht grote opkomst. Geweldig te ervaren dat we ook echte vrienden hebben die pal achter ons Joden staan. De organisatie had niet meer dan vijf of zes deelnemers verwacht, maar die verwachting was met tientallen overschreden. Een grote groep Elburgers liep in het donker rond Elburg, zonder geschreeuw, zonder vlaggen, zonder leuzen, maar met waardigheid en godvrezendheid om te demonstreren tegen antisemitisme. Vertrekpunt synagoge-Elburg, eindpunt synagoge-Elburg. En al wandelend werd er een aantal keren gestopt en kregen we boeiende informatie van historicus en schrijver van ‘de Joden van Elburg’ Willem van Norel, over wat eens de Joodse Gemeente Elburg was. Er woonden in Elburg gedurende de oorlog twee NSB’ers, zo vertelde hij onder andere, die hadden te horen gekregen dat als zij verraad zouden plegen en Joodse onderduikers zouden aangeven aan de moffen, het niet goed met ze zou aflopen. De wandeling deed me goed, zoveel bemoediging, zoveel steun, zoveel liefde voor Joden en Isra?l. De snotaapjes was ik alweer helemaal vergeten en zelfs het doosje met ongebruikte tampons, dat in navolging van het bakje kwark in onze tuin was geslingerd, kon geen afbreuk meer doen aan mijn goede Elburg-gevoel. Overigens had ik die donderdagmiddag ook nog mijn tweewekelijkse sjioer online en in de ochtend een interview met cvandaag. Morgen, maandag, zal ik het interview ontvangen ter controle en daarna zal het online verschijnen.
En toen was het gisteren. Met onze kleindochter en haar man, die hier drie dagen zijn, naar Volendam voor de foto in klederdracht, om te voorkomen dat onze Nederlandse afkomst in de vergetelheid zou geraken. Daarna een wandelrondje Marken en natuurlijk voor Volendam-Marken een bezoek aan het Joods Museum, de Snoge, Joodse Schouwburg en het Holocaust-museum. En terwijl Blouma het jonge paartje (niets te maken met de witte schimmel waarover eerder geschreven!) in het Joods Cultureel Kwartier begeleidde, mocht ik een lezing geven in Amstelveen bij de Limmoed-dag. Onderwerp: is rabbijn een vak voor een nette Joodse jongen. Het antwoord is niet zo belangrijk, maar het was goed dat ik was gegaan, ik voelde me welkom en hoop dat mijn aanwezigheid, nog even los van mijn bijdrage, ook een gevoel van eenheid heeft gegeven aan de deelnemers die voor het grootste deel niet afkomstig waren uit de NIK-kringen.
Morgen, maandag, een lezing in Epe vanwege de tiende sterfdag van Ds. Vreekamp en dan naar Berlijn, deze keer niet met de auto maar gewoon vliegen.
Reacties
Een reactie posten