Dagboek van de opperrabbijn 22 april 2026

Dagboek van de opperrabbijn 22 april 2026

 

Een trouwe lezer van mijn dagboeken, die ik toevallig ontmoette en aangaf dat hij met veel belangstelling mijn dagboeken leest, verzocht mij om mijn dagboeken iets korter te maken, want hij vond ze aan de lange kant. Wat moet ik daar nu mee, vroeg ik mezelf af. Inkorten kan natuurlijk, maar klinkt eenvoudiger dan het is. Mijn wekelijkse column in het papieren NIW moet precies vierhonderd woorden tellen en dat is lastiger dan u denkt. Ik wil namelijk een bepaalde gedachte overbrengen, kom dan al schrijvend op te veel woorden uit en dan is inkorten, zonder afbreuk te doen aan de boodschap die ik wilde overbrengen, lastig en vooral tijdrovend. Dus ik zou allen die vinden dat mijn dagboek te lang is adviseren: lees eerst de eerste helft en een dag later de rest. Gezien mijn dagboek twee keer per week verschijnt, treffen we elkaar dan dus vier keer per week en wordt mijn dagboek dan dus bijna een echt iedere-dag-boek, waarbij ik uitga van een vijfdaagse werkweek, ook voor een rabbijn van wie 24/7 inzet wordt verwacht.

 

Het waren emotionele dagen. Zondagavond in Amos de Jom Hazikaron – herdenking van de gesneuvelde Israëlische soldaten, omgekomen in de strijd om het (voort)bestaan van de Staat Israël. Het concept van de plechtige herdenking was gelijk vorige jaren, alleen weer meer soldaten die herdacht moesten worden. Speciale indruk maakte op mij de toespraak van Zvi Aviner Vapni, de nieuwe ambassadeur van Israël in ons land. Als kind was zijn vader gesneuveld. Met deze kennis kijk ik plotseling anders tegen hem aan. Hij is nu niet meer voor mij een gewone beroepsambassadeur, maar met zijn geschiedenis is hij echt geworden, niet meer een ambassadeur van politiek-Israël, maar van Israël-zelf.

Maandag een lezing tijdens de Landelijke Ontmoetingsdag van Kerk en Israël in Nijkerk. In Nijkerk en niet in het gebouw van het Israël Producten Centrum? Ik kon me er niets bij voorstellen, ik wist niet goed wat ik ervan moest verwachten, maar het viel enorm mee. Enorm mee? Het was geweldig, een kleine honderdvijftig toehoorders. Het is me nog niet helemaal duidelijk wat en of er verschil is met Christenen voor Israël. Het onderwerp wat mij was gegeven luidde: Geboden samengevat in Tenach en Talmoed. Geen idee wat ik daarover moest vertellen en dus ben ik mijn inleiding begonnen met een parabel van de Maggid van Dubno. Hij sprak altijd in parabels maar eens was hij in een sjoel waar hij een toespraak had zullen houden, maar de voorzitter van de Joodse gemeente liet hem spreken op voorwaarde dat hij geen parabel zou gebruiken. De Maggid beloofde dat en begon zijn toespraak met… een parabel: ik was te voet op weg van Lemberg naar Lodz. De weg was uiterst modderig en het was moeizaam lopen. Tot mijn verbazing komt mij een paard zonder berijder tegemoet. Ik vraag het paard vanwaar hij komt en waarheen hij gaat en het paard antwoordt dat hij onderweg is van Lodz naar Lemberg, maar de juiste weg niet kan vinden (Er bestond nog een GPS!). Als ik nou jouw berijder word en we naar Lodz (terug)gaan, ga je daarmee akkoord? Zeker niet, antwoordde het paard, daar kom ik net vandaan. Okay, zeg ik, als ik op je rug mag zitten gaan we samen naar Lemberg. Na een paar uur wordt de bewoonde wereld zichtbaar en roept het paard uit: we komen uit in Lodz. Je had me beloofd dat we naar Lemberg zouden gaan. Dat klopt, antwoordde ik hem, maar die belofte deed ik voordat ik de teugels in handen had, maar toen ik eenmaal op je rug zat heb ik mijn eigen richting gekozen. Beste mensen, sprak de Maggid van Dubno, ik heb beloofd om geen parabels te brengen, maar dat was voordat ik op het spreekgestoelte stond… en toen begon hij zijn toespraak met een parabel.

Zo ook geachte toehoorders, sprak ik de zaal toe, heb ik toegezegd om met u te spreken over Geboden samengevat in Tenach en Talmoed, maar dat was voordat u mij de microfoon had gegeven. En toen heb ik een lezing gegeven waarin de oorsprong van Tenach en Talmoed wordt teruggebracht tot de eerste twee van de Tien Geboden. Precies het onderwerp dat gevraagd was, maar dan op z’n kop.

Maar rabbijnen houden niet alleen toespraken, ook de pastorale zorg is des rabbijns en heb ik daaraan ook enige uurtjes besteed om vervolgens ook nog een Europese jongere collega-rabbijn in de Halagische problemen te hebben mogen helpen.

 

Inmiddels is het gisteren geworden, ben ik in de ochtend enige uren bezig geweest met een kanjer van een huwelijksprobleem en toen was het richting Barneveld. Meer dan veertienhonderd vrienden van Israël waren naar de christelijke studio Het Kruispunt getogen om samen met de Joodse Gemeenschap Jom Ha’atsmaoet te vieren. Ik had min of meer dezelfde toespraak willen gebruiken die ik de dag tevoren had gegeven in de vorm van een lezing. Met een beetje taalkundige handigheid verandert een lezing van driekwartier in een toespraak van vijftien minuten. Mais non! Ik bemerkte nog net op tijd dat een aantal van Nijkerks toehoorders ook hier waren komen luisteren. En dus, ik had de microfoon reeds in mijn hand, moest ik mijn rede aanpassen. De bijeenkomst was geweldig. Zo professioneel georganiseerd. Schitterende muziek. Indrukwekkend gezang. Geweldige presentatie. De manifestatie was een grote pro-Israël demonstratie die keihard uitriep: Am Jisraeel Chaj-het Joodse volk leeft en overleeft, dankzij de Eeuwige, de Schepper van de wereld, en met een ongelofelijke steun van christenen die weigeren ons te bekeren, maar alles doen om ons te helpen. Met geld, met liefde en met een door en door oprechte overgave. Dank christenen voor Israël! Jullie zijn zo voor Israël dat zelfs de anti-Joodse media de aanslag op jullie christelijke Israël centrum gedoopt hebben tot het Joodse Israël Centrum in Nijkerk.

 

Inmiddels ben ik net terug uit Maastricht, maar te vermoeid om daar nu over te schrijven en bovendien wilde ik, op verzoek, mijn dagboek iets inkorten.

 

Uploaded Image

Reacties

Populaire posts