Dagboek van de opperrabbijn, 19 juli 2026

Dagboek van de Opperrabbijn, 19 juli 2026

“Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen Joden zijn.”

Blouma en ik gaan dit jaar niet met vakantie, maar we blijven gewoon thuis en hebben afgesproken om een paar keer per week een ‘uitstapje’ te maken. En dus togen Blouma en ik woensdag naar Amsterdam om een bezoek te brengen aan het Anne Frank Huis. Omdat alleen gaan, zelfs alleen met z’n tweeën, niet zo gezellig is, gingen we samen met Rianne, Rianne Letschert, onze minister van OCW, die haar eerste vakantiedag wilde gebruiken om meer te begrijpen van ons Joden, van de geschiedenis die we met ons meedragen, onze onderliggende verbondenheid en onze verbintenis met Israël.

Mijn ogen vielen bij binnenkomst in het Anne Frank Huis op een op de muur geschreven tekst: “Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen Joden zijn.” Ik vroeg me af of dat “eens” dat Anne Frank op 11 april 1944 in haar dagboek schreef al is aangebroken, of worden we momenteel juist meer en meer Joden en steeds minder en minder mensen?

Zien de duizenden en duizenden bezoekers alleen de geschiedenis van Anne Frank als iets uit een gepasseerd verleden, of zijn ze bereid de actualiteit van Anne Frank heden ten dage te zien? Het kwam voor mij erg dichtbij. Mevrouw Kuperus, de directrice van de zesde openbare lagere montessorischool in de Niersstraat, was mijn juffrouw, maar zij was ook de juf van Anne Frank, totdat Anne Frank niet meer naar de gewone school mocht, maar naar de Joodse school moest gaan.

Anne, haar ouders en haar zus waren vluchtelingen uit Duitsland die nooit de Nederlandse nationaliteit kregen en dus stateloos waren, net zoals de ouders van Blouma. Wat betekende dat? Toen Otto Frank, de vader van Anne, aanvoelde dat nazi-Duitsland Nederland zou binnenvallen, probeerde hij voor zijn gezin visa te krijgen om naar een ander land te vluchten. Maar geen land gaf een visum aan een stateloze burger, met als direct gevolg dat de familie Frank moest onderduiken in het beroemde Achterhuis om vervolgens, waarschijnlijk na verraad, in de hel van de concentratiekampen te belanden met voor allen, behalve Otto, de dood tot gevolg.

We kregen een indrukwekkende rondleiding van Ronald Leopold, de algemeen directeur himself. Ik ben mezelf nog aan het afvragen of we die VIP-rondleiding, want dat was het, kregen vanwege de minister, of vanwege mijn Blouma, of vanwege mijn opperrabbinale titel…

Na het Anne Frank Huis spoedden we ons richting de Portugese Synagoge, de Snoge, alwaar we werden ontvangen door Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier, die ons buiten voor de ingang opwachtte. Het was zijn idee om mij aan het prille begin van corona te vragen vijf keer per week een dagboek te schrijven, met de bedoeling om die dagboeken dan te zijner tijd voor een tentoonstelling te gebruiken.

Corona verdween, de tentoonstelling is allang geweest, maar mijn dagboek bleef, inmiddels wel met een gereduceerde frequentie, nog maar twee keer per week, maar bleef! Dit dagboek is het 762e! Bij de duizend zal ik trakteren en gaan we hopelijk een feestje bouwen.

Na woensdagmiddag de uitgebreide ontmoeting met ‘mijn’ minister van OCW, Rianne Letschert, met de directeur van het Anne Frank Huis en met de directeur van het Joods Cultureel Kwartier, hadden we donderdagmiddag de voormalige Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, NCTV, Pieter-Jaap Aalbersberg, met echtgenote bij ons thuis op bezoek. Het is adembenemend te zien hoe deze topper-politieagent van alle markten thuis is. Je kunt het zo gek niet verzinnen of hij weet ervan, is er geweest of heeft er een mening over. Het is jammer dat hij als NCTV met pensioen is gegaan, maar ik ben ervan overtuigd dat hij, gelijk Heintje Davids, toch weer ergens terugkomt. Geprolongeerd wegens succes!

Succes! Hoe meten we succes en moet succes überhaupt gemeten worden? Mijn dagboek is een onverwacht en eclatant succes vanwege de duizenden en duizenden die het lezen. Maar, kun je jezelf afvragen, drukt succes zich uit in kwantiteit?

In de regel beantwoord ik iedere e-mail die me bereikt, met dien verstande dat ik geen vragen beantwoord die niet op mijn terrein liggen. Uitleg: het Jodendom is gebaseerd op de Schriftelijke Leer, Tenach-Oude Testament, en de Mondelinge Leer, de Talmoed. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en op de berg Sinai door G’d aan Mozes gegeven.

Het christendom (er)kent de Mondelinge Leer niet. Als mij dus vanuit het christelijk denken een vraag wordt voorgelegd en het antwoord bevindt zich in de Mondelinge Leer, dan verwijs ik de vraagsteller naar zijn of haar dominee. Het is niet aan mij om een christelijke vraag, die het Jodendom niet heeft vanwege de parallel lopende Mondelinge Leer, te beantwoorden.

Waarom ik dit hier te berde breng? Dagelijks bereiken mij vragen die des dominees zijn en die ik dus niet kan, maar vooral ook niet wil beantwoorden. Ook een Joodse schoenmaker moet zich bij zijn Joodse leest houden!

Meer dan andere jaren heb ik het gevoel dat we in de Negen Dagen zijn, dagen van treur vanwege Jodenhaat en vervolging. Aanstaande woensdagavond begint Tisj’a Be’av, de negende van de maand Menachem Av, de dag waarop zowel de Eerste als de Tweede Tempel werden verwoest en de ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, een feit was geworden.

Ik hoor en zie dat meer en meer Joden van mij een rabbinale verklaring willen hebben om hun Jood-zijn te kunnen bewijzen, opdat ze naar Israël kunnen uitwijken en daar onder de Wet op de Terugkeer makkelijker kunnen binnenkomen.

Het was gisteren “zwarte sjabbat”, de sjabbat voor 9 Aw. In de Joodse mystiek wordt gebracht dat juist op deze “zwarte sjabbat” de Derde Tempel, die zal verrijzen met de komst van de Mosjiach, zich als in een droom van hoop zal tonen.

Ja, zeker heb ik nagedacht over de Derde Tempel in Jeruzalem en voelde ik het diepe verlangen naar de ultieme sjalom voor alle bewoners van G’ds aarde, terwijl we ons omringd weten met een steeds maar groeiende Jodenhaat, ook gewoon hier in ons eigen Nederland.

Maar juist in die diepe duisternis moeten we ook oog hebben voor lichtpunten: het groeiende aantal wekelijkse en maandelijkse Solidariteitswandelingen, de vele blijken van medeleven die me per e-mail en WhatsApp bereiken, het ‘sjalom-goede morgen’ op straat, ook af en toe van een nieuwe Nederlander, een ministerieel bezoek aan het Anne Frank Huis.

We hebben gisteravond na afloop van de sjabbat Havdala gemaakt, afscheid genomen van de sjabbat. De nieuwe week is begonnen en ik heb me voorgenomen om dadelijk, op de eerste dag van de nieuwe week, op ziekenbezoek te gaan om anderen tot licht te zijn.

 

Uploaded Image

Reacties

Populaire posts