Dagboek van de opperrabbijn 16 augustus 2026

Dagboek 16 augustus 2026

Dit dagboek even niet over mijn dagbesteding, maar over Koen en Ira. Koen is een Belg (is niet zo erg, onze schoondochter Esty ook!) en zijn echtgenote Ira is een Oekraïense. Ze wonen in Vinnytsia – Вінниця, in het zuidwesten van Oekraïne.

Koen Carlier is de gedelegeerde van (mijn) Christenen voor Israël in Oekraïne, werkt er al 28 jaar en heeft tienduizenden Oekraïense olim mogen begeleiden naar Israël. Van 1994 tot 2000 was hij vrijwillige buschauffeur en daarna kwam hij echt in dienst van Christenen voor Israël, maar wel met een betaling die meer symbolisch is dan passend bij de zware functie. Ik noem het symbolisch omdat het niet veel voorstelt, zeker niet in verhouding tot het 24/7-dienstverband, de 24/7 assistentie van Ira en het gevarengeld waarop ze waarschijnlijk ook 24/7 recht hebben en dat, voor zover ik weet, niet extra wordt betaald.

Hij en zij mogen dan weliswaar een koopje zijn in verhouding tot hun daadwerkelijke aardse inzet, na dit aardse bestaan, na 120 jaar, zullen ze naar mijn volle overtuiging in de Hoge Werelden een toppensioen ontvangen.

Maar we doen alle hulptroepen tekort als we alleen Koen vermelden. Want Koen en Ira hadden nooit zoveel kunnen bereiken zonder de acht medewerkers in dienst en de meer dan twintig vrijwilligers.

Duizenden en duizenden voedselpakketten werden en worden verspreid. Ieder pakket is door de Oekraïne-ploeg met liefde en zorg ingepakt en als alles klaar is, verschijnen de busjes op weg naar alle steden en dorpen waar Joden dan naar sjoel komen om de pakketten, die een substantiële waarde vertegenwoordigen, op te halen.

Alina, mijn vaste tolkin (vrouwelijke tolk), heeft ook iets aan het digitale papier toevertrouwd:

“Deze week reisde ik voor een aantal dagen af naar Tsjernivtsi, een stad in het zuidwesten van Oekraïne. Daar hielden we een bijeenkomst in de synagoge voor Joodse ouderen. Degenen die slecht ter been waren of vanwege andere gezondheidsproblemen niet naar de synagoge konden komen, bezocht ik thuis. Het waren waardevolle ontmoetingen.

De voorbereidingen en organisatie van deze reis waren een voorbeeld van een vruchtbare en mooie samenwerking tussen de Joodse gemeenschap en christenen. Alles was tot in de puntjes verzorgd door de plaatselijke rabbijn en zijn assistente. Zij zijn van onschatbare waarde voor ons en uiteraard ook voor de Joodse gemeenschap in deze stad. Het maakt ons werk gemakkelijker, omdat we weten dat de Joodse ouderen in Tsjernivtsi, ook als we vaak niet fysiek aanwezig kunnen zijn, toch in liefdevolle en zorgzame rabbinale handen zijn.

Woensdag legde ik samen met de assistente van de rabbijn tien huisbezoeken af bij Joodse ouderen die niet meer in staat zijn om bijeenkomsten bij te wonen. Elk bezoek was gevuld met vreugde en dankbaarheid. De Joodse ouderen waren ontroerd door ons bezoek. Ook zij hebben te maken met ziekte, zorgen, angsten en eenzaamheid. Dankzij de steun die zij vanuit de Joodse gemeenschap en onze organisatie ontvangen, voelen zij zich gezien en gesteund. Toen we afscheid namen, zei iedereen hoopvol: Tot ziens!”

Tot het uitbreken van de huidige oorlog met Rusland vormden de kuilen in de wegen het voornaamste obstakel in de strijd voor het behoud van het Jodendom en Joden. Wegen die wij in ons Nederland niet eens zouden betitelen als wegen, maar gewoon greppels zouden noemen. Greppels die soms wel meters diep zijn. Allen uitstappen en duwen, heb ik vele malen mogen beleven! Beleven, want het op weg zijn om letterlijk levens te redden, laat je niet los, sterkt je in de opdracht die je kennelijk hebt in je aardse bestaan: om armoede te bestrijden, geestelijke bijstand te verlenen en vaak levens te redden.

Hoe ben ik, als fatsoenlijke Joodse jongen, bij deze christenen beland? En waarom gaat Blouma ook mee? Snoepreisje?

De CvI, zoals ze worden afgekort in het Nederlands, of C4I in het Engels, had moeite met de rabbijnen. De lokale rabbijnen hadden schrijnende hulp nodig, maar vertrouwden die Nederlandse christenen van geen kant. Christenen staan voor zending en daar hebben de Joden, zelfs als de nood zeer hoog is, geen enkele behoefte aan.

Maar Koen kon ook niets zonder de lokale rabbijnen, die hij nodig had om te weten waar de Joden zijn die hulp nodig hebben en wellicht naar Israël wilden verhuizen, naar het Beloofde Land, weg van het antisemitisme dat in Oekraïne rijkelijk aanwezig was. De honderden massagraven verspreid over heel Oekraïne zijn hiervan de schrijnende, dodelijk stille getuigen.

In het voorjaar van 2016, dus iets meer dan tien jaar geleden, moest ik van Roger van Oordt, het Oekraïense thuisfront van Koen, samen met hem mee naar Oekraïne om als koppelaar de huwelijken tussen de lokale rabbijn en de Koen-ploeg te regelen. Jaarlijks komen we bijeen om deze bruiloft te vieren.

Maar omdat CvI niet kan helpen met uitsluitend gebed, moest er ook pecunia worden aangereikt. En dus mocht en moest ik, ook weer onder auspiciën van mijn vriend Roger, eens per jaar mee om financieel draagkrachtige Nederlandse zakenlui te tonen waarheen hun bijdragen gingen, gaan en vooral zullen gaan.

Ook Blouma was inmiddels, op aandringen van haar vriendin Ira, aangeschoven. De rabbijnen wonen in een aanzienlijk grote religieloze woestijn en eenzaamheid dient zich vaak aan als een uitzichtloos probleem. En dus, terwijl ik de goegemeente toespreek met Alina als mijn tolkin, is Blouma meestal met de lokale rabbanit in gesprek om als oudere rabbanit de veel jongere collega een luisterend en bemoedigend oor te verlenen.

En terwijl ik dit dagboek schrijf vanuit een veilige en van airco voorziene woonkamer, komt er net een WhatsApp binnen van Koen, die met een van zijn busjes en achttien olim onderweg is naar Kishinev, Moldavië, waar het Joods Agentschap in hechte samenwerking met het Consulaat van Israël de verdere reis naar het Beloofde Land verzorgt.

Maar tot Kishinev is de kans op vernietigende drones en raketten steeds aanwezig. En ook bij Koen en Ira thuis is de dagelijkse dreiging constant. Maar Koen, Ira, Alina en de vele andere rechtvaardigen onder de volkeren blijven op hun posten om ons te redden.

Wat zijn Blouma en ik dankbaar dat wij een klein schakeltje mogen zijn in deze gigantische, stille, grote en grootse reddingsoperatie.

Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en overleeft.

Mede dankzij Koen en zijn ploeg. En met dank aan hun kinderen die, vanwege het gevaar in Oekraïne, al jaren bij opa en oma wonen in België. Want het is onverantwoord om de kinderen thuis te houden in Вінниця.

 

Uploaded Image Uploaded Image

Reacties

Populaire posts