dagboek van de opperrabbijn, 2 sept. 2026
Dagboek van de opperrabbijn, 2 september 2026
Maandag jl. was het Chaj Elloel, de achttiende van de maand Elloel, de geboortedag van de Ba’al Sjem Tov, de stichter van het chassidisme. Om die dag niet zomaar onvermeld te laten, wil ik een van de gedachten die de Ba’al Sjem Tov steeds weer benadrukte met u delen.
Chaj Elloel bracht ik een bezoek aan Kfar Chabad, een stadje niet ver van Ben Gurion Airport, om onze kleinzoon te bezoeken. Hij studeert daar aan de Talmoed Hogeschool. Maar omdat mijn komst bij een aantal aldaar woonachtige dorpelingen bekend was geworden, werd er, buiten mij om, geregeld dat ik de jongetjes van de lagere school zou toespreken.
En dus stond ik plotsklaps in de eetzaal van de lokale jongensschool om een kleine honderd jongetjes iets te vertellen. Het was muisstil. Een van de rebbes, leraren, kondigde mij aan en toen was aan mij het woord.
Ik moest pijlsnel gaan bedenken welke boodschap ik de jongetjes wilde meegeven en als ik die boodschap, de inhoud van mijn te houden toespraakje/les, had gevonden, moest ik op zoek naar de verpakking die ik zou gaan hanteren om mijn boodschap te presenteren.
Even tussendoor voor u, mijn dagboekenier, een lesje ‘toespraak houden voor beginners’: eerst moet de spreker besluiten welke boodschap hij wil overbrengen, daarna moet hij de verpakking gaan uitkiezen en ten slotte moet de spreker controleren of de plaats vanwaar hij geacht wordt te spreken de juiste is: waar staat de spreker, kan iedereen hem horen en, minstens zo belangrijk, kan hij alle toehoorders zie? Bij een goede toespraak hoort potentieel oogcontact.
Wat wilde ik de kinderen in Kfar Chabad duidelijk maken? Een boodschap die ik een dag later ook bracht in Beth Shemesh voor de pupillen van het indrukwekkende Jaffo-Project. De betrokkenheid van de leerkrachten, de motivatie van de jongeren, allen afkomstig uit gebroken gezinnen…allen tieners.
De Ba’al Sjem Tov benadrukte keer op keer dat daar waar je jezelf bevindt, daar ligt je sjeliechoet – je taak en opdracht. Toeval bestaat niet. Maar wat precies de opdracht is, hoeft niet per se zichtbaar te zijn. Vaak blijft de opdracht, de sjeliechoet, volledig onzichtbaar en heel soms wordt er een stukje van de bijna onzichtbare sluier na vele jaren opgelicht.
Een paar weken geleden kwam iemand naar mij toe om te vertellen dat in hun sjoel de echtgenote van de rabbijn ter gelegenheid van haar vijftigste verjaardag een grote Kiddoesj had aangeboden. Nou is daarmee op het eerste gezicht niets mis, ware het niet dat haar leeftijd geen vijftig was, maar achtenzestig, omdat ze drie jaar geleden een Kiddoesj aangeboden had gekregen van het bestuur van de Joodse Gemeente ter gelegenheid van haar vijfenzestigste. Hoe kan ze nu, drie jaar later, dan vijftig zijn???
In 1976, dus vijftig jaar geleden, toen ze achttien jaar was en nogal Amerikaans losgeslagen gedrag vertoonde, deed ze Europa aan als backpacker. Toevallig, hoewel toeval ook toentertijd al niet bestond, zag ze in Amersfoort, waar ze die dag was, een Jood lopen, voorzien van een zwarte hoed en een kaftan, zo’n rabbijnse lange zwarte jas, te midden van niet-Joden, niet-Joden en nog eens niet-Joden.
Dat moet ik geweest zijn, want collega Simon Evers was pas in 1981 in Amersfoort geland en er waren toen geen leden van de Joodse Gemeente die chassidisch gekleed waren.
Toen de backpacker, na een zwerftocht van een maand, weer in haar USA was teruggekomen en stukje bij beetje haar backpackerreis de revue liet passeren, kwam ze in haar gedachten die zwartgeklede Joodse rabbijn weer tegen. Dat hij, omringd door ongelovigen, zich niet van de Joodse wijs liet brengen, drong langzaam tot haar door.
Weken liep ze als het ware achter die rabbijn aan, tot ze besloot om haar backpackerlevensstijl achter zich te laten en stapje voor stapje terug te keren naar de leefwijze van haar voorouders.
Nu is zij de stuwende kracht, als rabbaniet, van een van de grotere Joodse Gemeenten in de Verenigde Staten. Ik heb haar nog nooit bewust ontmoet en zij, hoewel ze me dus wel had gezien, wist ze niet wie ik was. We gaan elkaar hopelijk spoedig ontmoeten als ik toch aan de andere kant van de oceaan ben om deel te nemen aan de Kinus, de jaarlijkse bijeenkomst van Chabad-rabbijnen in New York.
Van de leerkrachten in Kfar Chabad en in Beth Shemesh begreep ik vernam ik na mijn toespraak dat de kinderen/pupillen aandachtig hadden geluisterd, niet uitsluitend de verpakking volgden, maar dat ook de boodschap was geland: Alles komt van Boven, wie, waar of wat je ook bent!
Gelijk de backpacker haar Europese reis de revue liet passeren, zo ook wil ik mijn recente Israël-reis voor mezelf evalueren, maar u mag meekijken.
Als ik in een paar woorden de week in Israël samenvat, dan komen drie gedachten bovendrijven: drie keer per dag naar sjoel gegaan; drie heilige plaatsen bezocht; drie liefdadigheidsprojecten geïnspecteerd.
Natuurlijk ben ik ervan doordrongen dat mijn sjeliechoet, mijn opdracht, in Nederland ligt en mijn aanwezigheid in Israël voor Israël weinig betekenis heeft: aan rabbijnen in Israël geen gebrek!
Maar voor Blouma en mezelf voelt ons Israëlisch verblijf als een oplaadpaal. Hoe het precies werkt met het opladen van een elektrische auto weet ik niet, maar als ik naar mijn mobiel kijk, bemerk ik dat naarmate mijn mobiele telefoon ouder wordt, deze steeds vaker moet worden opgeladen.
Israël is het oplaadstation: bestond er twintig jaar geleden minder behoefte aan opladen, nu voelen we dat we vaker de oplading nodig hebben, voor onszelf en ook voor de velen die zich via ons aangesloten en verbonden weten met het Jodendom en met Israël, het Heilige Land.
Maar het leek ons verstandig om niet uitsluitend passief en toeristisch in Israël te zijn, want dan is er slechts sprake van een vertraagd opladen. En dus trokken we er op uit, om ons versneld te laten inspireren: bij het graf van Aartsmoeder Rachel aan de rand van Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever, bij de graven van Adam en Chawa, van onze Aartsmoeders en onze Aartsvaders in Chevron en in Jeruzalem bij de Kotel – de Westelijke Muur- van wat eens de Tempel was, heel dicht bij de Eeuwige onze G’d.
Maar los van het eigenbelang hadden we ook een specifieke opdracht. Zes projecten die door Christenen voor Israël worden ondersteund hebben Blouma en ik bezocht, misschien wel een beetje om ze te beoordelen, maar vooral om mee te denken…
En ondertussen bleven de e-mails en telefoontjes binnenkomen, alsof ik gewoon thuis achter mijn computer zat, want mijn afwezigheid heb ik niet van de daken geschreeuwd.
Reacties
Een reactie posten