Dagboek van de opperrabbijn, 28 oktober 2026

Dagboek van de opperrabbijn 28 november 2026

 

Het begin van dit dagboek schrijf ik op zondag vanaf zee. Nadat we eerst bij het uitgaan van sjabbat de hele nacht thuis de negatieve kant van water hadden gevoeld, varen we dus nu en genieten we van de zeer woelige baren. Vanwege het onweer was onze serre onder water komen te staan: het was de hele nacht dweilen met de kraan open. Geen loodgieter te vinden en toen we hem eindelijk hadden gevonden en hij een afvoerpijp schoongemaakt en naar eigen zeggen 4,7 meter van het dak van onze keuken had afgeplakt met een soort plastic als noodoplossing en wij €1450 (inclusief voorrijkosten) ter plekke hadden betaald voor 50 minuten werk, vertrokken we naar Londen, met de ferry van Hoek van Holland naar Harwich en genoten we van het zeewater dat gelukkig niet naar binnen kwam, zoals bij ons thuis. We varen en rijden dus nu naar Londen, ik vlieg dinsdagavond zonder Blouma terug naar Nederland om een vergadering van de Oorlogsgravenstichting bij te wonen, vlieg woensdagavond weer terug naar Londen en dan rijden we donderdagavond naar Harwich om vrijdagochtend, royaal voor het begin van sjabbat, weer voet op (hopelijk droge) eigen bodem te zetten. Eigenlijk had ik zondag terug moeten gaan, over een week dus, maar vanwege een spreekbeurtje van twintig minuten in Gouda voor een menigte van minstens duizend toehoorders, heb ik mijn terugreis moeten vervroegen tegen een fiks bedrag, omdat ik mijn ticket zeer vroegtijdig had geboekt om het zo goedkoop mogelijk te houden. Vraag: maar waarom gaan we voor vijf dagen naar Londen? Antwoord: vanwege de jaartijd, de sterfdag van Blouma’s vader. Mijn vader kocht principieel geen Volkswagen, geen Bosch-wasmachine en geen Duitse bonbons, ongeacht het koosjerstempel die aangaf dat die chocolade voor ons geoorloofd was om te consumeren en ongetwijfeld erg lekker was. Moffenland bestond voor ons niet meer. Maar mijn schoonvader, geboren in Bobroisk, heb ik nooit horen spreken over de Duitsers, maar geen van zijn kinderen mocht kleding dragen waarin iets roods zat, de kleur van het communisme. In geheime ondergrondse jesjiwoth heeft hij gestudeerd. Onze twee Joodse dagscholen worden gelukkig en helaas beveiligd door de Nederlandse politie en de Koninklijke Marechaussee, maar die bestonden in de Sovjet-Unie niet. Integendeel: zodra de leerling die die dag wachtliep een soldaat of een potentiële verrader bespeurde, werd er door de leerling alarm geslagen, verdwenen de heilige studieboeken van tafel en werden de tafels gevuld met profane communistische lesboeken en schaakspelen.

En nu is het dus woensdagavond en ben ik zojuist, bijna uitgeput, weer terug in Londen bij mijn Blouma ten huize van mijn dochter. Verkiezingen in Israël! Ik hoop en bid dat de/een nieuwe regering de beste zal zijn voor Israël. Of Netanyahu wel of niet premier wordt, is niet aan mij ter beoordeling, alleen ben ik ervan overtuigd dat ook als Netanyahu niet de nieuwe premier wordt, de hele wereld, inclusief mijn Nederlandse on-antisemitische overheid, niet minder anti-Israël zal zijn en de anti-Israëlresoluties van de Verenigde Naties niet tot het verleden zullen behoren, want antisemitisme verdwijnt niet, ongeacht wie wel of niet de premier van Israël zal zijn. Wat mij opvalt, is dat de Arabische partijen die meedoen aan de verkiezingen niet worden opgemerkt door de Israël-critici als een teken van echte democratie. Denken zij dat in Iran Joden zouden kunnen meedoen aan verkiezingen met een eigen politieke partij? Of in landen waar bepaalde moslims de dienst uitmaken? Ik spreek bewust over ‘bepaalde’ moslims omdat ik een felle tegenstander ben van generaliseren en polariseren en over één kam scheren: de meeste slachtoffers van IS zijn immers moslims en heden ten dage worden er veel meer christenen vervolgd dan Joden (en dat terwijl wij toch het uitverkoren volk zijn?!)!

Het is inmiddels dus woensdagavond (bijna donderdagochtend). Ik ben net vijfenveertig minuten van Amsterdam naar Londen (LHR) gevlogen en heb ik tweeënhalf uur in de Underground gezeten, die vanwege werkzaamheden er veel langer over deed dan gewoonlijk. Omdat ik niet echt mijn weg weet in de Londense Underground, heb ik diverse keren, vanwege uitgevallen treinen, de weg moeten vragen. Iedereen was bijzonder vriendelijk, geen greintje antisemitisme te merken. En het viel me ook op dat er steeds mensen hun zitplaats aan mij aanboden. Ook in het vliegtuig werd ik bij het in- en uitstappen steeds geholpen met het dragen van mijn koffertje, terwijl ik echt zichtbaar Joods ben. Slechts één keer werd mij (vriendelijk?) toegeroepen: ‘Free Palestine!’ Ik deed maar net of ik geen Engels verstond.

De vergadering van de Adviesraad van de Oorlogsgravenstichting vanmiddag, de reden van mijn ‘even Londen-Hoenderloo-Londen’, was geweldig. Professioneel, vriendschappelijk, to the point. En er waren heel wat pointen te bespreken. Onze stichting houdt zich bezig met het onderhoud van oorlogsgraven, maar ook met het opsporen van verdwenen graven, het houden van contact met nabestaanden en zelfs met educatie ‘om oorlog te voorkomen’. De Oorlogsgravenstichting beheert ca. zestigduizend graven, verspreid over de hele wereld. Ook educatie staat hoog in ons vaandel. Educatie over de Tweede Wereldoorlog, over oorlog in het algemeen, over doden… Recentelijk hebben we er letterlijk en figuurlijk weer een nieuw gebied bijgekregen. In Silezië zijn graven gevonden van mensen die meeliepen met dodenmarsen, bezweken en ‘onderweg’ begraven werden. Doordat identificeren met behulp van DNA nu tot de mogelijkheden behoort, kunnen vermisten deels worden opgespoord. De vergadering werd gehouden in Sint Hubertus in Hoenderloo. Een huis, zeg maar paleisje, dat een en al kunstwerk is, weelde, pracht en praal. Tijdens de vergadering kregen we van de huismeester een rondleiding. Voor de rondleiding waren tien minuten ingepland, want we hadden een volle agenda, maar die tien minuten werden diverse keren herhaald na de aankondiging dat onze gids nog tien minuten nodig had…

Ik ben laat met dit dagboek, dat eigenlijk al klaar had moeten zijn om het ruim voor sjabbat bij u, mijn trouwe dagboekenier, aangeleverd te krijgen. Maar een ‘ingezonden reactie’ mag ik u niet onthouden. De inzender was de onbezoldigde chauffeur die me van Schiphol naar Sint Hubertus Hoenderloo had gereden.

“Beste opperrabbijn, fijn dat ik u weer eens mocht rijden. U weet dat ik het altijd een eer vind uw driver te mogen zijn, niet alleen omdat ik hiermee het gevoel krijg iets te mogen betekenen voor de Joodse gemeenschap, maar ook omdat er altijd wel iets interessants geschiedt. En deze keer was het weer bingo! Een journalist belde u en vroeg u — ik luisterde mee — naar uw mening over de verkiezingen in Israël en wat de impact zou zijn voor de Nederlandse Joden. U hebt hem omstandig uitgelegd dat u al meer dan twaalf generaties Nederlander bent en dat Israël voor u het Heilige Land is en blijft, dat u zich niet inlaat met de politiek van Israël en slechts hoopt en bidt dat Israël de regering zal mogen krijgen die voor alle inwoners van Israël het best zal zijn. Maar, zo vervolgde de journalist, u bent het toch wel met me eens dat als Netanyahu exit is, dit de positie van de Arabische Israëliërs ten goede zal komen en dat dan de anti-Israëlhouding van de wereld zal verdwijnen. U, mijnheer Jacobs, legde hem nogmaals uit dat u zich niet inlaat met de politiek van Israël omdat u al vele generaties Nederlander bent, maar, zo legde u duidelijk uit, antisemitisme is niet aan Netanyahu gekoppeld en dat de vervolging van Joden er al was toen de Staat Israël nog helemaal niet bestond. De journalist bleef maar doordrammen en wilde van u zwart op wit horen of u voor of tegen Netanyahu bent. Omdat u uzelf bleef, zoals gewoonlijk, en de journalist dus niet uit u kreeg wat hij wilde horen, zette hij het op scherp: vliegt u vandaag nog naar Israël om te gaan stemmen? Want, zo legde hij uit, duizenden Joden vlogen of vliegen naar Israël om hun stem uit te brengen. Nogmaals hebt u hem omstandig uitgelegd dat u Nederlander bent, een Nederlands paspoort hebt en dus geen stemrecht in Israël hebt. Maar onze deskundige journalist accepteerde dit antwoord niet, want volgens zijn stellige overtuiging mogen alle Joden, ongeacht waar ze wonen of welke nationaliteit ze ook bezitten, in Israël stemmen.”

Tot zover mijn vrijwillige onbezoldigde chauffeur, waarmee maar weer eens is aangetoond dat antisemitisme = antizionisme!

 

 

Uploaded Image Uploaded Image

Reacties

Populaire posts