Dagboek van de opperrabbijn 1 nov. 2026
Dagboek van de opperrabbijn, 1 november 2026
Drie kwartier na het einde van sjabbat zat ik al in de auto op weg naar Gouda, alwaar meer dan 700 mensen bijeen waren gekomen in de Grote Kerk vanwege Hervormingsavond. Sprekers waren prof. dr. Immink en mijn persoontje. Mij was verzocht te spreken over ‘Jood, samenleving en de kerk na de Reformatie: spiegel en opdracht’. Ik veronderstel dat velen van mijn dagboekeniers zich afvragen waarom ik aan de uitnodiging gehoor heb gegeven. Heeft hij (dat ben ik dus) niet genoeg te doen? Waarom gegaan? Ik zal u mijn hele toespraak van zeven kantjes besparen, maar wil in het kort — al is dat nou ook weer niet zó kort — delen van de toespraak en mijn beweegredenen om deel te nemen met u delen.
Ten eerste zie ik het als mijn taak om waar mogelijk goodwill te kweken voor de Joodse gemeenschap. Maar om goodwill te kweken, moet er ontmoeting zijn. Zo’n groots opgezette Hervormingsavond leent zich daar bij uitstek voor.
Met mijn aanwezigheid wilde ik ook antisemitisme bestrijden. Ik ben ervan overtuigd dat de aanwezigen die ’s avonds naar de ijskoude kerk waren gekomen, bijna allemaal gelovige christenen, niets met antisemitisme hebben. Maar geheid dat ze er wel, en zelfs regelmatig, mee in contact komen. Of dat ze zich afvragen hoe de kerk als instituut zich heeft opgesteld in de jaren 1940–1945. Ook zoeken zij wellicht naar de houding van de kerk ten aanzien van 7 oktober en de tsunami van antisemitisme die ook Nederland overspoelt.
Voor het geval dat u, mijn trouwe dagboekenier, niet precies weet wat Hervormingsavond is: op deze avond wordt stilgestaan bij de Hervorming, ook wel de Reformatie genoemd. Dit was een beweging in West-Europa in de zestiende eeuw, waaruit de protestantse kerken zijn voortgekomen. De hervormers keerden zich onder andere tegen het gezag van de paus en tegen misstanden binnen de kerk, waaronder de rijkdom van de geestelijkheid. Daarnaast speelde nog een scala aan factoren een rol, waarover u wellicht in een dagboek van een predikant kunt lezen, maar niet bij mij.
Kerkhervormers als Luther en Calvijn waren verbonden aan de Reformatie. Ook de humanist Erasmus uitte kritiek op kerkelijke misstanden, al bleef hij zelf katholiek. Maar ik ben er voor Joodse achtergronden, hoewel ik dus gisteravond, uiteraard ruim na sjabbat, ter kerke was gegaan.
Ik beoogde als spreker een duidelijk signaal af te geven tegen gedwongen bekering en tegen de vervangingstheologie. Luther riep zelfs op om de Joden desnoods met geweld tot bekering te dwingen. Volgens de vervangingstheologie heeft de kerk de plaats van het Joodse volk ingenomen. We bestaan dus eigenlijk niet meer! Ik verwoordde het als volgt:
“Desalniettemin is de realiteit dat zending en missie onder Joden niet kunnen worden uitgeroeid. Het is een constante die bleef, blijft en zal blijven, maar wel van gedaante verandert, gelijk een muterend virus. Maar gelukkig zijn er heden ook vele christenen die bekering van Joden niet op hun agenda hebben staan, die Luthers oproep om Joden te dwingen zich te bekeren, desnoods met geweld, negeren. En als het niet op hun agenda staat, kan er echte vriendschap zijn met één en hetzelfde doel voor ogen: de Eeuwige dienen en gezamenlijk, Joden en christenen, de brede samenleving proberen de juiste weg te laten bewandelen.”
In feite riep ik op tot een soort gezamenlijke bekering van de ons omringende samenleving die wel erg veel lijkt op de tijd van vóór de zondvloed. Maar doen wij Joden dan aan bekering?
Volgende maand vieren we Chanoeka en worden op vele plaatsen weer in ons land de menora’s in gezamenlijkheid aangestoken om het Joodse licht te verspreiden. Joods licht verspreiden? Doen Joden dan aan zending?
Ja! Met het geven van de Thora en de Tien Geboden op de berg Sinaï werd aan het Joodse volk ook de mitswa, de opdracht, gegeven om een bijdrage te leveren aan de brede samenleving. Niet om de niet-Jood aan te sporen Joods te worden, maar wel om te leven volgens de Zeven Noachidische Geboden waaronder rechtspreken, geen afgoden dienen en het verbod op ontucht. Juist vanwege ontucht kwam de zondvloed over de wereld en wisten Noach en de zijnen te overleven door zich uit die samenleving terug te trekken in de ark. Maar ondanks de ark van Noach en zijn weigering om met de gevallen, normloze samenleving mee te doen, wordt er toch iets negatiefs over hem in de Thora geschreven. Hij was weliswaar een rechtschapene, maar uitsluitend in zijn generatie. Als hij in de periode van aartsvader Abraham had geleefd, zou hij niet boven de samenleving zijn uitgestoken. De reden: hij zorgde voor zijn eigen overleving, maar liet na de kudde die volledig ontspoorde tot bezinning te brengen. Joden hebben dus ook de opdracht om Gods Woord te verkondigen en de brede samenleving richting te geven, maar zonder bekering.
Jodendom is geen christendom en christendom is geen jodendom. Maar er is heel veel dat ons bindt. Ik heb de aanwezigen opgeroepen om samen in verbondenheid te strijden tegen de huidige losbandige cultuur waarin ‘alles mag en alles kan’ en te bidden voor de vrede van Jeruzalem. En als we daarmee klaar zijn, kunnen we kijken waarin we verschillen… Maar voorlopig is er nog werk aan de winkel om ons gezamenlijke doel te bereiken.
Maar hoe waren mijn toespraak en oproep overgekomen?
“Uw indringende boodschap was heel helder, indrukwekkend en tot nadenken stemmend. Zo'n mooie doelformulering: Bidt met een algemene stem! Vanavond konden de Joodse en christelijke stemmen samen paren om te bidden voor Jeruzalem, Gods originele volk, onze oudste broer!!! En wat was uw witz geniaal”. Terwijl ik nog in Gouda was, ontving ik al bovenstaand WhatsApp-bericht van een vooraanstaande voorman uit de christelijke gemeenschap die zich dus kennelijk onder het geboeid luisterende publiek bevond.
En mijn co-spreker, prof. dr. Immink die mijn toespraak al eerder had ontvangen en na mij sprak: “Nu opperrabbijn Jacobs ons op indringende wijze een spiegel heeft voorgehouden, vraagt dat ook op deze gedenkdag om bezinning. God zegt tegen Abraham: ‘Wie u vervloekt, zal Ik vervloeken.’ Als we de zegen van God aan Abraham en aan zijn nageslacht minachten, dan halen we de vloek van God over ons. Wie het Joodse volk minacht of bespot, die staat de vloek te wachten. Dit woord van God, dat onderdeel is van de belofte aan Abraham, vraagt in deze roerige tijden om zorgvuldige bezinning en adequaat handelen. In het besef dat het Joodse volk Gods oogappel is. God geve ons daarin wijsheid.”
Met de volgende woorden sloot ik mijn bijdrage af:
“Bidt, met een algemene stem, Om vrede voor Jeruzalem…”
Jeruzalem-Jeroesjalajim: ‘jerat sjaleem’, volwaardige Godvrezendheid. En Jeroesjalajim-Jeruzalem draagt ook het woord ‘sjalom’ in zich, want Jeruzalem staat voor sjalom, de echte, allesomvattende vrede waarvoor we dagelijks bidden, waarnaar we hunkerend uitkijken en die we verwachten: bimheeraa wejameenoe — spoedig in onze dagen.


Reacties
Een reactie posten