Dagboek van de Opperrabbijn, 8 juli 2026
Dagboek van de Opperrabbijn, 8 juli 2026
Het zal wel psychisch zijn, maar vanaf 17 Tammoez tot en met 9 Menachem Av, de zogenaamde Drie Weken, voel ik me altijd in een dip en naarmate de dagen vorderen en we dichter komen bij 9 Aw, de dag waarop zowel de eerste als de tweede Tempel in Jeruzalem werden verwoest, wordt die dip dipper en dipper. Galoeth, de Ballingschap, waarin we ons nog steeds bevinden, bijna uitzichtloos. “Bijna?” Er komt geen eind aan! Dat eind zal er natuurlijk wel aankomen, want het is een van de geloofspunten van Maimonides dat we geloofden, geloven en blijven geloven in de komst van de Mosjiach. Maar weet u, ik geloof het natuurlijk, maar omdat geloof hoger staat dan begrijpen, moet ik het met volle overtuiging aanvaarden. Maar het is soms wel lastig. Neem nou een gewoon benzinestation. Was het tien jaar geleden denkbaar dat daar boven onze driekleur bovenaan op een hoge paal ook een vlag zou kunnen wapperen die, nu druk ik me genuanceerd uit, het tegenovergestelde van sjalom verkondigt? Gelukkig waaide het niet, het was volkomen windstil, zelfs geen briesje, waardoor die misplaatste vlag een beetje triest maar nagenoeg onzichtbaar daar hoog in die paal voor joker hing. Bij navraag wist van het personeel niemand hoe die vlag daar was gekomen, maar er werd wel van uitgegaan dat ‘mensen’ hem hadden opgehangen. Hoe weet ik zo zeker dat ‘mensen’ dat hadden gedaan? Omdat een actief lid van de Joodse Gemeente, vermoedelijk met keppeltje op en tsietsiet (schouwdraden) zichtbaar uit z’n broek hangend, gewoon even binnen is gaan vragen bij de medewerkers wie die vlag had opgehangen. En kijk, ze gaven duidelijk aan dat het geen initiatief van het bedrijf of van medewerkers was, maar ze dachten wel dat "mensen" erachter zaten. “Mensen”, was het duidelijke antwoord. In ieder geval was geen van de medewerkers zich van enig kwaad bewust en zagen er dan ook niet erg geschokt uit. Het Joodse gemeentelid heeft zich toen gewend tot het bedrijf, de benzinebaas zullen we hem of haar maar even noemen, en toen was er in een mum van tijd de volgende duidelijke en verheugende reactie:
“Hartelijk dank voor uw bericht en voor het kenbaar maken van uw bezorgdheid over de situatie bij onze locatie aan de …weg in Dinges. Wij nemen uw feedback uiterst serieus. Onze tankstations en winkels zijn neutrale plekken waar iedereen zich welkom moet voelen. Het uiten van politieke of maatschappelijke standpunten past inderdaad niet binnen de kernwaarden van onze organisatie en de visie die wij uitdragen naar onze consumenten. De situatie die u beschrijft is vanmorgen ook direct door de locatieverantwoordelijke ter plekke geconstateerd. De bewuste vlag is toen uiteraard direct door ons verwijderd. Naar aanleiding van uw bericht hebben wij zojuist nogmaals een extra controle uitgevoerd op het terrein en alles is momenteel volledig in orde. Om herhaling in de toekomst te voorkomen, hebben wij ons team ter plaatse geïnstrueerd om extra alert te zijn op ongewenste uitingen of objecten van derden op ons terrein. Mocht zoiets onverhoopt toch weer voorvallen, dan zullen wij hier direct tegen optreden en de objecten onmiddellijk weghalen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien u in de toekomst graag weer als klant op onze locatie. Met vriendelijke groeten, Cordialement, Kind Regards, Customer Care…”. Goed optreden van het lid der Joodse Gemeente en gelukkig een duidelijk antwoord. Omdat mijn broodheren op wier sites ik mijn dagboeken mag publiceren geen reclame toelaten, wil ik me verder niet uitlaten over het benzinemerk. Maar: als u erg graag wil weten welk benzinemerk dit betreft kan ik u mededelen dat jaren geleden bij hetzelfde benzinestation bewust op mij is ingereden. Gezien ik echter nogal alert ben en het dus zag aankomen, ben ik de dans (lees: auto) tijdig ontsprongen. Overigens is het benzinemerk van toen niet meer het benzinemerk van nu. Maar nog een puntje. Als ik het merk hier vermeld dan zullen, naar ik vermoed, meer pro-Israël mensen hier gaan tanken, maar ik weet zeker dat het aantal anti-Israëlklanten dit pompstation en wellicht het hele merk zullen gaan mijden en mijn vermoeden geeft me aan dat de anti-groep kwantitatief de pro-groep overstijgt. En gezien ik dit benzinemerk geen schade wil berokkenen…
Maar te midden van de nare trieste drie weken met de negen dagen en de negende Aw waarop de Tempels in Jeruzalem werden verwoest, waren bijna tweehonderd Joodse kinderen bijeengekomen voor twee weken Chabad Zomer Dagkamp. Geweldig toch! Am Jisrael Chaj. En terwijl ik dit positieve schrijf komen er via WhatsApp twee mooie berichten binnen. Een van een zieke die zojuist goede bloeduitslagen heeft gekregen en de duisternis nu met die uitslagen veel lichter is geworden. En, piep, een ander laat me weten dat zijn vader toch besloten heeft om zijn belangrijke inzet voor Joods Nederland niet te gaan afbouwen, maar dat hij, hoewel hij zich al geweldig inzet, zijn inzet gaat vergroten. Licht in duisternis en zie: ik voel me meteen al een stuk beter. En natuurlijk was het prachtig om te zien hoe Taiby Camissar, ondanks haar niet bepaald hoge postuur, gedreven als ze is de hele groep bijeen weet te houden. Kinderen, madrichiem en madrichot en zelfs de Jiddische (vaak overbezorgde) ouders. Trouwens de lernafdeling onder leiding van mijn aangetrouwde kleinzoon Oshi Kluwgant deed het ook fantastisch. Ik mocht de eerste sjioer geven en heb de jongens erop geattendeerd dat ze steeds moeten weten dat er naar hen wordt gekeken, naar wie ze zijn, hoe ze zich gedragen. Ieder van hen heeft dus een voorbeeldfunctie en dient dat steeds te beseffen, zelfs tijdens kanoën. Een rabbijn mag niet met een vlek op z’n kleren lopen, zo lernt ons de Sjoelchan Aroeg, het Joodse Wetboek. Maar vlekken hoeven niet per se alleen vieze plekken te zijn. Ook vlekken in gedrag worden hiermee bedoeld. En natuurlijk geldt dit niet alleen voor een rabbijn, want iedere Jood wordt vaak door de niet-Joodse omgeving als een rabbijn beschouwd, zelfs als ze nog heel jong zijn. En die niet-Joden die heus wel weten dat niet alle Joden rabbijn zijn (ik moet er trouwens niet aan denken!), die niet-Joden zullen niet over een vlekje vallen, ze hebben er waarschijnlijk geen oog voor en doen zeker niet aan het generaliseren van Joden, want zij weten dat ook Joden net gewone mensen kunnen zijn.
Mijn dip-toestand verdwijnt al schrijvend, en dat is maar goed ook, want hoewel depressiviteit, jezelf in de put trekken, geen officiële overtreding is, brengt het tot de grootste overtredingen, gelijk het mikwa (voor heren) geen mitswa is, maar brengt tot de grootste mitswoth. Kleren maken de mens en dus is het tegenovergestelde ook waar. Zonder kleren, omringd door water, voel je jezelf een niets en weet je dat je een taak hebt op deze wereld, zelfs of misschien wel juist in de duisternis van de ballingschap.
Reacties
Een reactie posten